Centrale sereuze chorioretinopathie (CSC)

Centrale sereuze chorioretinopathie                                        
Bij een centrale sereuze chorioretinopathie (CSC) is er sprake
van vochtlekkage in het netvlies. Hoe en waarom dit precies
optreedt is niet helemaal duidelijk. Het gebruik van steroïden
is een bekende en belangrijke risicofactor, maar ook hierbij is
het niet duidelijk waarom het gebruik van deze middelen een
CSC kan geven.
 
Achtergrond
Bij een CSC lekt er vocht vanuit het vaatvlies (het ‘choroid’) , via het pigmentblad onder het netvlies. Door dit vocht raken de kegeltjes (tijdelijk) los van hun ondergrond. Vaak gaat dit gepaard met klachten, maar dat is zeker niet altijd het geval. Meestal betreft een CSC slechts 1 oog, echter het kan ook voorkomen in beide ogen. Er wordt verder onderscheid gemaakt tussen een acute en een chronische vorm. Bij de chronische vorm is het vocht 3-6 maanden of langer aanwezig, bij de acute vorm verdwijnt het vocht eerder.
 
Symptomen
Bij een CSC merken patiënten vaak een (wazige) vlek op. Deze vlek zit meestal centraal in het beeld en beweegt niet mee met oogbewegingen. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld glasvochttroebelingen, die wel mee- en nabewegen. Naast het zien van een vlek kunnen patiënten ook last hebben van het zien van kromme lijnen (‘metamorfopsie’) en/of voorwerpen die groter (‘macropsie’) of kleiner (‘micropsie’) worden waargenomen.
 
Risicofactoren
CSC komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. CSC wordt daarnaast vooral gezien in de leeftijd tussen
20 tot 50 jaar oud. Er is verder een duidelijk verband met het gebruik van steroïden. Andere risicofactoren die genoemd worden zijn: zwangerschap, hoge bloeddruk, het gebruik van alcohol, infecties en bepaalde medicijnen.
 
Beloop
Over het algemeen verdwijnt het vocht spontaan. Een behandeling is dus vaak niet nodig. Het komt echter ook geregeld voor dat een CSC terugkeert. Studies tonen aan dat dit bij ongeveer 50% van de patiënten het geval is.
 
Rol steroïden
Het gebruik van middelen die steroïden bevatten vormt een risicofactor voor het ontwikkelen van een CSC. Helaas is het niet duidelijk waardoor dit ontstaat. Bij een CSC is het belangrijk om na te gaan of er steroïden worden gebruikt en om te kijken of deze eventueel gestaakt kunnen worden. Dit dient te gebeuren in overleg met de voorschrijvend arts, aangezien het zomaar staken van dergelijke middelen gevaarlijk kan zijn. Steroïden kunnen op verschillende manieren worden toegediend: bijvoorbeeld als tablet, via een infuus, als zalf/crème/ druppels en/of als neusspray. Al deze toedieningsvormen kunnen een CSC veroorzaken en het is dus belangrijk om na te gaan of 1 van deze middelen gebruikt wordt en dus gestaakt kan worden!
 
Onderzoek
OCT (netvliesscan):
Met de OCT scan zijn we in staat om het netvlies heel gedetailleerd in kaart te brengen. Zo kunnen we alle verschillende lagen van het netvlies (10 in totaal) afbeelden, inclusief de laag waar de kegeltjes (ofwel lichtgevoelige cellen) zich bevinden. Een OCT scan kost weinig tijd, is pijnloos en niet schadelijk voor uw ogen. Het is vrijwel altijd mogelijk om deze scan te maken zonder  pupilverwijdende druppels. Figuur 1 toont een normaal netvlies. Er is een kuiltje zichtbaar in het midden, daar bevindt zich de fovea (het centrum van de gele vlek). De fovea is een hele belangrijke structuur in het netvlies omdat dit deel voor het scherpe zicht zorgt. Links op het plaatje zit u nog een kuiltje, daar bevindt zich de oogzenuw. Bij figuur 2 ziet u niet zo’n mooi kuiltje ter plaats van de fovea. Hier duwt het vocht, wat door het pigmentblad is gelekt, de fovea omhoog. Dit is het beeld wat we zien bij een CSC. Doordat de kegeltjes in de fovea niet meer op hun normale positie zitten ontstaan hierbij vaak symptomen (zie tevens het kopje ‘Symptomen’ hierboven). Vaak verdwijnt het vocht vanzelf en ziet de OCT scan er na een tijd weer uit zoals bij figuur 1. Er kunnen echter wel blijvende veranderingen van het pigmentblad achterblijven (zie figuur 3 en 4; net iets links van het midden ziet u een lichte vlek die past bij een doorgemaakte CSC).

     
Figuur 1: Normale OCT                                             Figuur 2: Vocht onder het netvlies bij een CSC

Angiogram:
Bij dit onderzoek wordt er via een (tijdelijk) infuus een gele en/of groene kleurstof in de bloedbaan gespoten. Hierdoor is het mogelijk om na te gaan of en waar zich een lekkend plekje in het netvlies/vaatvlies voordoet. Een angiogram wordt vooral gedaan als er onvoldoende bewijs is voor een
CSC op de OCT of bij de intentie om te laseren. 

     
Figuur 3 en 4: Doorgemaakte CSC met een pigmentveranderingen in de macula
(de lichte vlek links van het centrum).
 
 
   Benieuwd naar de behandelmethode?
   



 
 
 
Afspraak maken Bel me terug
 




 
 


 




Oogkliniek Drechtsteden